Bij het beëindigen van een huurcontract volgt eerst een voorinspectie. Daarin legt de verhuurder vast wat er moet gebeuren voordat de sleutels ingeleverd kunnen worden. Het woord “bezemschoon” valt dan bijna altijd, maar de invulling verschilt per corporatie.
Wat er in elk geval weg moet
- Alle inboedel, ook de spullen in berging, zolder en tuinhuis
- Zelf aangebrachte vloerbedekking, tenzij de opvolgende huurder deze overneemt
- Behang dat niet overschilderbaar is en schroeven, pluggen en haken
- Zelf geplaatste schotten, verlaagde plafonds en niet goedgekeurde aanbouw
Waar het meestal misgaat
Drie punten leiden bij de eindinspectie het vaakst tot extra kosten.
1. De vloer
Een laminaatvloer eruit halen doen veel huurders nog wel. De ondervloer, het folie en de lijmresten blijven achter. Die horen er ook uit. Controleer of de dekvloer zonder resten achterblijft.
2. De trap
Trapbekleding is vastgeniet en soms gelijmd. Bij het weghalen blijven honderden nietjes achter. Een trap met nietjes en lijmvlekken wordt zelden goedgekeurd.
3. De berging
Bergingen en zolders worden bij het opruimen vaak vergeten en zijn bij de eindinspectie het eerste dat de opzichter opent.
Kosten bij afkeuring
Wordt de woning niet goedgekeurd, dan laat de verhuurder het werk uitvoeren en verrekent de rekening met de eindafrekening of de borg. Die tarieven liggen doorgaans hoger dan wanneer u het zelf regelt, omdat er ook administratie en een tweede inspectie in zitten.
Praktische aanpak
Vraag na de voorinspectie om het rapport op papier of per e-mail. Werk dat punt voor punt af en maak foto’s van het eindresultaat per ruimte. Bij een verschil van inzicht tijdens de eindinspectie heeft u dan iets in handen.
Loopt de tijd u uit de handen, laat dan alleen de onderdelen uitvoeren die u niet zelf kunt doen. Vaak zijn dat de vloer, de trap en de afvoer van grofvuil.

